Ministerieel besluit met maatregelen tegen verspreiding coronavirus

Laatste aanpassing op zaterdag 17 april

pdf bestandFAQ-lijst Nationaal Crisiscentrum, versie 16 april 2021 (1009 kB)

Gecoördineerde versie van het MB van 28 oktober 2020 over de dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken en de wijzigingen ervan door de ministeriële besluiten van 1 en 28 november 2020, 11, 20, 21 en 24 december 2020, 12, 14, 26 en 29 januari 2021, 6 en 12 februari 2021 en 7, 20 en 26 maart 2021.

HOOFDSTUK 1. Definities

Artikel 1

Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder :

  1. "onderneming" : elke natuurlijke of rechtspersoon die op duurzame wijze een economisch doel nastreeft;
  2. "consument" : elke natuurlijke persoon die handelt voor doeleinden die niet onder zijn commerciële, industriële, ambachtelijke activiteit of activiteit van een vrij beroep vallen;
  3. "protocol" : het document bepaald door de bevoegde minister in overleg met de betrokken sector dat de regels bevat die de ondernemingen en verenigingen van de bedoelde sector dienen toe te passen bij de uitoefening van hun activiteiten;
  4. "vervoerder", bedoeld in artikel 21:
    • de openbare of private luchtvervoerder;
    • de openbare of private zeevervoerder;
    • de binnenvaartvervoerder;
    • de openbare of private trein- of busvervoerder voor het vervoer vanuit een land dat zich buiten de Europese Unie en de Schengenzone bevindt
  5. "gouverneur" : de provinciegouverneur of de krachtens artikel 48 van de bijzondere wet van 12 januari 1989 met betrekking tot de Brusselse Instellingen bevoegde overheid van de Brusselse agglomeratie;
  6. "huishouden" : personen die onder hetzelfde dak wonen;
  7. "gebruiker" : iedere natuurlijke persoon of rechtspersoon bij wie of voor wie door personen bedoeld in artikel 3 rechtstreeks of in onderaanneming werkzaamheden worden verricht;
  8. "grensarbeider" : een werknemer die arbeid in loondienst verricht in een Lidstaat maar in een andere Lidstaat zijn woonplaats heeft waarnaar die werknemer in de regel dagelijks of ten minste éénmaal per week terugkeert;
  9. "personeelslid" : elke persoon die werkt in of voor een onderneming, vereniging of dienst.
  10. -
  11. -
  12. -
  13. “museum”:
    • een structuur erkend als museum of kunsthal door ten minste één van deze entiteiten: de federale regering of een deelstaat;
    • een permanente instelling ten dienste van de maatschappij en haar ontwikkeling, open voor het publiek, die het materieel en immaterieel patrimonium van de mensheid en haar omgeving verwerft, bewaart, bestudeert, overbrengt en tentoonstelt voor doeleinden van studie, vorming en vermaak door middel van tentoonstellingen, activiteiten voor het publiek en wetenschappelijke publicaties of van vulgarisatie, steeds verwezenlijkt door professionelen.”
  14. "derde land": een land dat niet behoort tot de Europese Unie, noch tot de Schengenzone.
  15. “een (mond)masker of elk ander alternatief in stof”: een masker zonder uitlaatventiel, uit stof of wegwerpmateriaal, dat nauw aansluit op het gelaat, en de neus, mond en kin bedekt, bestemd om besmettingen bij contact tussen personen te voorkomen.

HOOFDSTUK 2. Organisatie van de arbeid

Artikel 2§1

Telethuiswerk is verplicht bij alle ondernemingen, verenigingen en diensten voor alle personeelsleden, tenzij dit onmogelijk is omwille van de aard van de functie of de continuïteit van de bedrijfsvoering, de activiteiten of de dienstverlening.

Indien telethuiswerk niet kan worden toegepast, nemen de ondernemingen, verenigingen en diensten de maatregelen bedoeld in paragraaf 2 om de maximale naleving van de regels van social distancing te garanderen, in het bijzonder het behoud van een afstand van 1,5 meter tussen elke persoon. Ze bezorgen de personeelsleden die niet kunnen telethuiswerken een attest of elk ander bewijsstuk dat de noodzaak van hun aanwezigheid op de werkplaats bevestigt.

De handelszaken, private en publieke bedrijven en diensten die noodzakelijk zijn voor de bescherming van de vitale belangen van de Natie en de behoeften van de bevolking bedoeld in de bijlage 1 van dit besluit, alsook de producenten, leveranciers, aannemers en onderaannemers van goederen, werken en diensten die essentieel zijn voor de activiteit van deze ondernemingen en deze diensten, de maatregelen bedoeld in paragraaf 2 om de regels van de social distancing in de mate van het mogelijke toe te passen.

De werkgevers registreren maandelijks, via het elektronische registratiesysteem dat door de Rijksdienst Sociale Zekerheid ter beschikking wordt gesteld op de portaalsite van de sociale zekerheid, het totale aantal werknemers in het bedrijf per vestigingseenheid en het aantal werknemers dat een functie uitoefent die onmogelijk kan worden volbracht via telethuiswerk. Deze aangifte heeft betrekking op het aantal werknemers op de eerste werkdag van de maand en moet uiterlijk worden ingediend op de zesde kalenderdag van de maand.

Artikel 2§2

De ondernemingen, verenigingen en diensten nemen tijdig passende preventiemaatregelen om de regels van social distancing te garanderen en een maximaal niveau van bescherming te bieden. 

Deze passende preventiemaatregelen zijn veiligheids- en gezondheidsvoorschriften van materiële,technische en/of organisatorische aard zoals bepaald in de "Generieke gids om de verspreiding van COVID-19 op het werk tegen te gaan", die ter beschikking wordt gesteld op de website van de Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg, aangevuld met richtlijnen op sectoraal en/of ondernemingsniveau, en/of andere passende maatregelen die minstens een  gelijkwaardig niveau van bescherming bieden. Collectieve maatregelen hebben steeds voorrang op individuele maatregelen.

Deze passende preventiemaatregelen worden op het niveau van de onderneming, vereniging of dienst uitgewerkt en genomen met inachtneming van de geldende regels van het sociaal overleg, of bij ontstentenis daarvan in overleg met de betrokken personeelsleden, en in overleg met de diensten voor preventie en bescherming op het werk.

De ondernemingen, verenigingen en diensten informeren de personeelsleden tijdig over de geldende preventiemaatregelen en verstrekken hun een passende opleiding. Ze informeren ook derden tijdig over de geldende preventiemaatregelen.

Werkgevers, werknemers en derden zijn ertoe gehouden de in de onderneming, vereniging of dienst geldende preventiemaatregelen toe te passen.

Artikel 2§3

De sociaal inspecteurs van de Algemene Directie Toezicht op het Welzijn op het Werk van de Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en sociaal overleg zijn belast met het informeren en begeleiden van werkgevers en werknemers van de ondernemingen en verenigingen, en overeenkomstig het Sociaal Strafwetboek met het toezien op de naleving van de verplichtingen die gelden in deze ondernemingen, verenigingen en diensten overeenkomstig paragrafen 1 en 2.

Artikel 3§1

Iedere werkgever of gebruiker die tijdelijk een beroep doet op een in het buitenland wonende of verblijvende werknemer of zelfstandige voor het uitvoeren van werkzaamheden in België met uitzondering van de natuurlijke persoon bij wie of voor wie de werkzaamheden voor strikt persoonlijke doeleinden geschieden, is verplicht om, vanaf het begin van de werkzaamheden tot en met de veertiende dag na het einde ervan, een geactualiseerd register bij te houden met volgende gegevens:

  1. volgende identificatiegegevens van de in het buitenland wonende of verblijvende werknemer of zelfstandige:
    • de naam en voornamen;
    • de geboortedatum;
  2. het identificatienummer bedoeld in artikel 8, § 1, van de wet van 15 januari 1990 houdende oprichting en organisatie van een Kruispuntbank van de sociale zekerheid;
  3. de verblijfplaats van de werknemer of zelfstandige gedurende zijn werkzaamheden in België;
  4. het telefoonnummer waarop de werknemer of zelfstandige kan worden gecontacteerd;
  5. in voorkomend geval, de aanduiding van de personen waarmee de werknemer of zelfstandige tijdens zijn werkzaamheden in België samenwerkt.

De verplichting tot registratie bedoeld in deze paragraaf is niet van toepassing op de tewerkstelling van grensarbeiders en geldt evenmin wanneer het verblijf van de in het buitenland wonende of verblijvende werknemer of zelfstandige in België minder dan 48 uur duurt.

De gegevens bedoeld in het eerste lid mogen enkel worden gebruikt voor de doeleinden van de strijd tegen de verspreiding van het coronavirus COVID-19, met inbegrip van het opsporen en onderzoeken van clusters en collectiviteiten op eenzelfde adres.

De gegevens bedoeld in het eerste lid worden vernietigd na 14 kalenderdagen te rekenen vanaf de datum van het einde van de betreffende werkzaamheden.

Het register bedoeld in het eerste lid wordt ter beschikking gehouden van alle diensten en instellingen die belast zijn met de strijd tegen de verspreiding van het coronavirus COVID-19, alsook van alle diensten en instellingen belast met het toezicht op de naleving van de verplichtingen opgelegd in het raam van de dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID19 te beperken.

Artikel 3§2

Indien de in het buitenland wonende of verblijvende werknemer of zelfstandige ertoe gehouden is het Passagier Lokalisatie Formulier bedoeld in artikel 21 in te vullen, dan dient de werkgever of gebruiker die tijdelijk op hem een beroep doet voor de uitvoering van werkzaamheden in België, met uitzondering van de natuurlijke persoon bij wie of voor wie de werkzaamheden voor strikt persoonlijke doeleinden geschieden, vóór de aanvang van de werkzaamheden na te gaan of het Passagier Lokalisatie Formulier effectief werd ingevuld.

Bij gebrek aan bewijs dat dit formulier werd ingevuld, dient de werkgever of gebruiker erover te waken dat het Passagier Lokalisatie Formulier ingevuld is uiterlijk op het moment waarop de in het buitenland wonende of verblijvende werknemer of zelfstandige de werkzaamheden in België aanvat.

Artikel 3§3

De in het buitenland wonende of verblijvende werknemer of zelfstandige die door een werkgever of een gebruiker tijdelijk wordt ingezet om werkzaamheden in België uit te voeren, is ertoe gehouden het bewijs te leveren van een negatief resultaat van een test die werd afgenomen ten vroegste 72 uur voor de aanvang van zijn werkzaamheden of activiteit in België, wanneer hij langer dan 48 uur op het Belgisch grondgebied blijft. Dit negatief resultaat kan worden gecontroleerd door de preventieadviseurs-arbeidsartsen en door alle diensten en instellingen belast met het toezicht op de naleving van de verplichtingen opgelegd in het raam van de dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken.

Artikel 3bis

Personen die zich op de arbeidsplaats bevinden, leven de verplichtingen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken na zoals vastgesteld door de bevoegde overheden.

Op de arbeidsplaatsen kunnen de preventieadviseurs-arbeidsartsen, evenals alle diensten en instellingen belast met het toezicht op de naleving van de verplichtingen opgelegd in het raam van de dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken, aan de betrokken personen vragen het bewijs te leveren dat zij de verplichtingen naleven zoals vastgesteld door de bevoegde overheden. Voormelde diensten en instellingen kunnen op de arbeidsplaatsen onder meer vragen het bewijs te leveren dat om louter professionele redenen, zoals vermeld in bijlage 2 van dit besluit, werd gereisd.

Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder “arbeidsplaatsen”: de arbeidsplaatsen zoals gedefinieerd in artikel 16, 10° van het Sociaal Strafwetboek.

Artikel 4

In het kader van de toepassing van de maatregelen voorgeschreven door dit besluit en voor zover de operationele behoeften het vereisen, worden de afwijkingen van de bepalingen betreffende de organisatie van de arbeids- en rusttijden voorgeschreven door Deel VI, Titel I van het koninklijk besluit van 30 maart 2001 tot regeling van de rechtspositie van het personeel van de politiediensten toegelaten voor de geldigheidsperiode van dit besluit.

HOOFDSTUK 3. Ondernemingen en verenigingen die goederen of diensten aanbieden aan consumenten

Artikel 5

Onverminderd de artikelen 8 en 8bis, oefenen de ondernemingen en verenigingen die goederen of diensten aanbieden aan consumenten hun activiteiten uit overeenkomstig het protocol of de daartoe op de website van de bevoegde overheidsdienst bekendgemaakte minimale algemene regels.

In elk geval dienen de volgende minimale regels te worden nageleefd :

  1. de onderneming of vereniging informeert de consumenten, personeelsleden en derden tijdig en duidelijk zichtbaar over de geldende preventiemaatregelen en verstrekken de personeelsleden een passende opleiding;
  2. een afstand van 1,5 meter tussen elke persoon wordt gegarandeerd;
  3. de consumenten worden toegelaten gedurende een periode van maximum 30 minuten, maar het bezoek kan langer duren indien de onderneming of vereniging uitsluitend op afspraak werkt;
  4. één consument per 10 m² van de voor het publiek toegankelijke vloeroppervlakte wordt toegelaten;
  5. indien de voor het publiek toegankelijke vloeroppervlakte minder dan 20 m² bedraagt, is het toegelaten om twee consumenten te ontvangen, mits een afstand van 1,5 meter tussen elke persoon gegarandeerd is;
  6. indien de voor het publiek toegankelijke vloeroppervlakte meer dan 400 m² bedraagt, dient in een toereikende toegangscontrole te worden voorzien;
  7. het bedekken van de mond en neus met een mondmasker in de onderneming of vereniging is verplicht in de voor het publiek toegankelijke ruimtes, en indien de regels van de social distancing niet kunnen worden nageleefd wegens de aard van de uitgeoefende activiteit worden andere persoonlijke beschermingsmiddelen sterk aanbevolen;
  8. de activiteit moet, desgevallend overeenkomstig de richtlijnen van de bevoegde overheid, zo worden georganiseerd dat samenscholingen worden vermeden en dat de regels van de social distancing kunnen worden gerespecteerd, in het bijzonder voor wat betreft personen die buiten de inrichting wachten;
  9. de onderneming of vereniging stelt middelen voor de noodzakelijke handhygiëne ter beschikking van het personeel en de consumenten;
  10. de onderneming of vereniging neemt de gepaste hygiënemaatregelen om de inrichting en het gebruikte materiaal regelmatig te desinfecteren;
  11. de onderneming of vereniging zorgt voor een goede verluchting;
  12. een contactpersoon wordt aangeduid en bekendgemaakt, zodat consumenten en personeelsleden een mogelijke besmetting met het coronavirus COVID-19 kunnen melden met het oog op het vergemakkelijken van contact tracing;
  13. terrassen en openbare ruimten worden georganiseerd overeenkomstig de voorschriften bepaald door de lokale overheden en met respect voor dezelfde regels als deze die binnen gelden.
  14. Er wordt individueel gewinkeld met uitzondering van de minderjarigen van het eigen huishouden of de personen die nood hebben aan begeleiding, die kunnen worden begeleid door één volwassene.

In afwijking van het tweede lid, 4°, mogen fotografen in hun lokalen meer personen tegelijkertijd ontvangen, voor wat betreft personen van hetzelfde huishouden onderling, personen die een duurzaam contact onderhouden zoals bepaald in artikel 15bis of kinderen onderling tot en met 12 jaar.

In afwijking van het tweede lid, 14°, mag een consument vergezeld worden door één persoon van hetzelfde huishouden of door het duurzaam onderhouden nauw contact bedoeld in artikel 15bis, wanneer de onderneming of vereniging op afspraak werkt. De minderjarigen van het eigen huishouden of de personen die nood hebben aan begeleiding, kunnen worden begeleid door één volwassene.

Artikel 6§1

De inrichtingen die behoren tot de horecasector en andere eet- en drankgelegenheden zijn gesloten, behalve voor het aanbieden en leveren van afhaalmaaltijden en niet-alcoholische dranken om mee te nemen tot ten laatste 22.00 uur. Afhaalmaaltijden mogen samen worden aangeboden en/of geleverd met alcoholische dranken tot 20.00 uur.

In afwijking van het eerste lid mogen de volgende inrichtingen openblijven:

  1. alle logiesvormen, met inbegrip van hun gemeenschappelijke sanitaire voorzieningen, met uitsluiting van hun restaurant, drankgelegenheden en andere gemeenschappelijke faciliteiten
  2. de grootkeukens en eetzalen voor verblijf-, school-, leef- en werkgemeenschappen;
  3. de collectieve faciliteiten voor dak- en thuislozen;
  4. de eet- en drankgelegenheden in de transitzones van de luchthavens;
  5. de sanitaire voorzieningen op de dienstenzones langs de snelwegen.

Artikel 6§2

Voor de horeca-activiteiten die door dit besluit worden toegelaten, gelden bij het ontvangen van klanten minstens de volgende specifieke modaliteiten, onverminderd artikel 5 :

  1. de tafels worden zo geplaatst dat een afstand van minstens 1,5 meter tussen de tafelgezelschappen wordt gegarandeerd, tenzij de tafels worden gescheiden door een plexiglazen wand of een gelijkwaardig alternatief, met een minimale hoogte van 1,8 meter;
  2. een maximum van 4 personen per tafel is toegestaan;
  3. enkel zitplaatsen aan tafel zijn toegestaan;
  4. elke persoon moet aan zijn eigen tafel blijven zitten;
  5. het dragen van een mondmasker of, wanneer dit niet mogelijk is omwille van medische redenen, van een gelaatsscherm is verplicht voor het personeel;
  6. er is geen enkele bediening aan de bar toegestaan;
  7. de contactgegevens van één klant per tafel, die zich kunnen beperken tot een telefoonnummer of een e-mailadres, worden geregistreerd bij aankomst en bewaard, met respect voor de bescherming van de persoonsgegevens, gedurende 14 kalenderdagen teneinde enig later contactonderzoek te faciliteren. Voor de klanten die dit weigeren wordt de toegang tot de inrichting bij aankomst geweigerd. Die contactgegevens mogen enkel worden gebruikt voor de doeleinden van de strijd tegen COVID-19, en ze moeten worden vernietigd na 14 kalenderdagen.

In afwijking van het eerste lid, 2°, mag een huishouden een tafel delen, ongeacht de grootte van dat
huishouden.

Artikel 7§1

Het individueel en collectief gebruik van waterpijpen is verboden in voor het publiek toegankelijke plaatsen.

Artikel 7bis §1

Huis-aan-huis- en leurdersactiviteiten, van welke aard dan ook, zijn verboden.

In afwijking van het eerste lid worden de activiteiten van ambulante handel in voedingswaren toegelaten.

Artikel 7bis §2

Teambuildings met fysieke aanwezigheid zijn verboden.

Artikel 8§1

De inrichtingen of onderdelen van inrichtingen die behoren tot de culturele, feestelijke, sportieve, recreatieve en evenementensector worden gesloten voor het publiek, met inbegrip van onder meer:

  1. de casino's, speelautomatenhallen en wedkantoren;
  2. de wellnesscentra, met inbegrip van onder meer sauna's, onbemande zonnebanken, jacuzzi's, stoomcabines en hammams;
  3. de discotheken en dancings;
  4. de feest- en receptiezalen
  5. de pretparken;
  6. de binnenspeeltuinen;
  7. -
  8. de bowlingzalen;
  9. de kermissen, jaarmarkten, brocantemarkten, rommelmarkten, kerstmarkten en winterdorpen;
  10. de handelsbeurzen, met inbegrip van de salons;
  11. de bioscopen;
  12. de fitnesscentra;
  13. de skipistes, langlaufpistes en skicentra.

In afwijking van het eerste lid, mogen geopend blijven:

  1. de buitenspeeltuinen;
  2. de musea;
  3. de buitengedeelten van natuurparken, dierentuinen en dierenparken met inbegrip van de ingang, uitgang, sanitaire voorzieningen, eerste hulp en noodgebouwen;
  4. de zwembaden, met uitsluiting van de recreatieve onderdelen en van de subtropische zwembaden;
  5. de bibliotheken, spelotheken en mediatheken;
  6. de gebouwen der erediensten en de gebouwen bestemd voor de openbare uitoefening van de niet-confessionele morele dienstverlening;
  7. de buitengedeelten van sportinfrastructuren;
  8. de overdekte paardenpistes in maneges en paardenrenbanen, en dit enkel met het oog op het welzijn van het dier;
  9. de niet in dit lid bedoelde culturele plaatsen, maar enkel voor:
    • groepen van kinderen tot en met 12 jaar, in het kader van schoolse of buitenschoolse activiteiten van het leerplichtonderwijs
    • stages en activiteiten voor personen tot en met 18 jaar, met naleving van de regels voorzien in artikel 18;
  10. de niet in dit lid bedoelde sportzalen en -voorzieningen, maar dit enkel voor:
    • groepen van kinderen tot en met 12 jaar in het kader van schoolse of buitenschoolse activiteiten van het leerplichtonderwijs;
    • sportactiviteiten, -stages en -kampen georganiseerd of toegelaten door de lokaleoverheid voor personen tot en met 18 jaar, met naleving van de regels voorzien in artikel 18;
    • trainingen van professionele sporters;
    • professionele wedstrijden;
    • andere activiteiten dan sportactiviteiten, voor zover deze zijn toegelaten volgens de bepalingen van dit besluit en de geldende protocollen.
  11. de privésauna’s, voor zover deze gebruikt worden door personen van hetzelfde huishouden of personen die een duurzaam contact onderhouden zoals bepaald in artikel 15bis.

In de inrichtingen bedoeld in het tweede lid dienen de volgende minimale regels te worden nageleefd:

  1. de uitbater of organisator informeert de bezoekers, personeelsleden en derden tijdig en duidelijk zichtbaar over de geldende preventiemaatregelen en verstrekken de personeelsleden een passende opleiding;
  2. een afstand van 1,5 meter tussen elke persoon wordt gegarandeerd;
  3. het bedekken van de mond en neus met een mondmasker en het dragen van andere persoonlijke beschermingsmiddelen worden steeds sterk aanbevolen in de inrichting, en worden er gebruikt indien de regels van de social distancing niet kunnen worden nageleefd omwille van de aard van de uitgeoefende activiteit, onverminderd artikel 25;
  4. de activiteit moet zo worden georganiseerd dat samenscholingen worden vermeden;
  5. de uitbater of organisator stelt middelen voor de noodzakelijke handhygiëne ter beschikking van het personeel en de bezoekers; 
  6. de uitbater of organisator neemt de gepaste hygiënemaatregelen om de inrichting en het gebruikte materiaal regelmatig te desinfecteren;
  7. de uitbater of organisator zorgt voor een goede verluchting.

Artikel 8§2

Het aanbieden van goederen aan en in huis is verboden.

Het leveren en plaatsen van vooraf bestelde goederen aan en in huis is toegelaten.

Artikel 8§3

De volgende ondernemingen en verenigingen of onderdelen van ondernemingen en verenigingen zijn gesloten voor het publiek, met inbegrip van dienstverlening aan huis:

  1. de schoonheidssalons;
  2. de niet-medische pedicurezaken;
  3. de nagelsalons;
  4. de massagesalons;
  5. de kapperszaken en barbiers, behalve voor verzorging van het kapsel uitgevoerd in hun inrichting
  6. de tatoeage- en piercingsalons.

Artikel 8§4

Dienstverlening waarbij de afstand van 1,5 meter tussen de dienstverlener en de consument niet kan worden gegarandeerd is verboden, met inbegrip van de dienstverlening door:

  • de schoonheidssalons;
  • de niet-medische pedicurezaken;
  • de nagelsalons;
  • de massagesalons;
  • de kapperszaken en barbiers;
  • de tatoeage- en piercingsalons.

Het eerste lid is niet van toepassing op:

  1. de dienstverlening door de handelszaken, private en publieke bedrijven en diensten die noodzakelijk zijn voor de bescherming van de vitale belangen van de Natie en de behoeften van de bevolking bedoeld in de bijlage 1 van dit besluit;
  2. de dienstverlening voor de rijopleidingen en de rijexamens, alsook voor de opleidingen voor het besturen van luchtvaartuigen met het oog op het onderhoud, het voleindigen en het vernieuwen van kwalificaties en licenties, met naleving van de modaliteiten voorzien in het toepasselijke protocol;
  3. de dienstverlening door de fotografen, met naleving van de modaliteiten voorzien in het toepasselijke protocol.

Dienstverlening aan en in huis is verboden, behalve voor wat betreft:

  1. de dienstverlening door de handelszaken, private en publieke bedrijven en diensten die noodzakelijk zijn voor de bescherming van de vitale belangen van de Natie en de behoeften van de bevolking bedoeld in de bijlage 1 van dit besluit;
  2. de dienstverlening door de vastgoedsector voor de bezichtigingen van onroerend goed, met naleving van de modaliteiten voorzien in het toepasselijke protocol.

Artikel 8bis§1

Onder voorbehoud van artikel 8§2, kunnen de ondernemingen en verenigingen die goederen aanbieden aan consumenten hun activiteiten enkel verderzetten via een systeem van bestellen en afhalen, van leveren, of via een systeem op afspraak.

In afwijking van het eerste lid, mogen de inrichtingen die in hoofdzaak onder één van de volgende categorieën vallen geopend blijven voor het publiek, met naleving van de minimale regels voorzien in artikel 5:

  1. de voedingswinkels, met inbegrip van nachtwinkels;
  2. de winkels voor verzorgings- en hygiëneproducten;
  3. de gespecialiseerde winkels met babyartikelen;
  4. de dierenvoedingswinkels;
  5. de apotheken;
  6. de kranten- en boekenwinkels;
  7. de tankstations en de leveranciers van brandstoffen;
  8. de telecomwinkels, met uitsluiting van winkels die enkel accessoires verkopen;
  9. de winkels voor medische hulpmiddelen;
  10. de doe-het-zelfzaken;
  11. de tuincentra en boomkwekerijen;
  12. de bloemen- en plantenwinkels;
  13. de groothandels bestemd voor professionelen, maar enkel ten gunste van deze laatsten;
  14. de gespecialiseerde detailhandelszaken die kledingstoffen verkopen;
  15. de gespecialiseerde detailhandelszaken die breigarens, handwerken en fournituren verkopen;
  16. de winkels voor schrijf- en papierwaren.

Artikel 8bis§2

Onder voorbehoud van artikel 8§4, kunnen de ondernemingen en verenigingen die diensten aanbieden aan consumenten hun activiteiten enkel verderzetten via een systeem van bestellen en afhalen, van leveren of via een systeem op afspraak.

In afwijking van het eerste lid, blijven de handelszaken, private en publieke bedrijven en diensten die noodzakelijk zijn voor de bescherming van de vitale belangen van de Natie en de behoeften van de bevolking bedoeld in de bijlage 1 van dit besluit, geopend voor het publiek.

Artikel 8bis§3

Bij het gebruik maken van het systeem van afhalen van goederen, dienen de volgende minimale regels te worden nageleefd:

  1. de goederen dienen vooraf te worden besteld;
  2. het afhalen van de goederen kan enkel buiten de inrichting;
  3. de wachtrijen worden zo georganiseerd dat samenscholingen worden vermeden en dat de regels van social distancing kunnen worden gerespecteerd, in het bijzonder het behoud van een afstand van 1,5 meter tussen elke persoon.

Bij het gebruik maken van het systeem op afspraak, dienen de volgende regels te worden nageleefd:

  1. de minimale regels bedoeld in artikel 5;
  2. de consument mag de onderneming of vereniging enkel betreden met een bevestiging van het gereserveerde tijdslot en enkel tijdens dat gereserveerde slot;
  3. een maximum van 50 consumenten wordt tegelijkertijd toegelaten in de gebouwen of inrichtingen ;
  4. in de gebouwen of inrichtingen vinden enkel activiteiten gekoppeld aan het directe verkoopproces plaats.

Artikel 9

In de winkelcentra gelden bij het ontvangen van bezoekers minstens de volgende specifieke modaliteiten:

  1. de minimale regels bedoeld in artikel 5, tweede lid
  2. één bezoeker per 10 m² wordt toegelaten;
  3. het winkelcentrum stelt middelen om de noodzakelijke handhygiëne te voorzien ter beschikking van het personeel en de bezoekers bij de in- en uitgang;
  4. het winkelcentrum vergemakkelijkt het behoud van een afstand van 1,5 meter middels het aanbrengen van markeringen op de grond en/of signalisaties;
  5. bezoekers verplaatsen zich individueel, met uitzondering van volwassenen die minderjarigen van hetzelfde huishouden of personen die nood hebben aan begeleiding mogen vergezellen.
  6. er wordt in een toereikende toegangscontrole voorzien.

Artikel 10

Winkels mogen open blijven volgens de gebruikelijke dagen en uren, behoudens andersluidende bepalingen.

Nachtwinkels mogen geopend blijven vanaf het gebruikelijke openingsuur tot 22.00 uur.

Artikel 11

De verkoop van alcoholische dranken is in alle inrichtingen, met inbegrip van automaten, verboden vanaf 20.00 uur tot 05.00 uur 's morgens.

HOOFDSTUK 4. Markten en organisatie van de openbare ruimte rond de winkelstraten en -centra

Artikel 12

Onverminderd de artikelen 5 en 9 en onverminderd de opdrachten van de hulp- en interventiediensten, wordt de toegang tot de winkelcentra, winkelstraten en parkings door de bevoegde lokale overheid, in overeenstemming met de instructies van de minister van Binnenlandse Zaken, op dusdanige wijze georganiseerd, zodat de regels van de social distancing kunnen worden
gerespecteerd, in het bijzonder het behoud van een afstand van 1,5 meter tussen elke persoon.

De bevoegde lokale overheid die oordeelt dat niet kan worden voldaan aan de vereisten van het eerste lid is gehouden om de heropening of opening van de niet-essentiële ondernemingen en verenigingen op diens gehele of gedeeltelijke grondgebied te verdagen of te schorsen.

Artikel 13

De bevoegde gemeentelijke overheid kan markten, met uitzondering van de jaarmarkten, brocantemarkten, rommelmarkten, kerstmarkten en winterdorpen, toelaten onder de volgende modaliteiten:

  1. het maximum aantal bezoekers dat wordt toegelaten op een markt bedraagt 1 bezoeker per 1,5 lopende meter aan het kraam;
  2. de marktkramers en hun personeel zijn tijdens het uitbaten van een kraam verplicht om de mond en de neus te bedekken met een masker, elk ander alternatief in stof of, wanneer dit niet mogelijk is omwille van medische redenen, met een gelaatsscherm;
  3. de bevoegde gemeentelijke overheid stelt middelen om de noodzakelijke handhygiëne te voorzien ter beschikking bij de in- en uitgangen van de markt;
  4. de marktkramers stellen middelen om de noodzakelijke handhygiëne te voorzien ter beschikking van hun personeel en hun klanten;
  5. de marktkramers mogen geen voeding of dranken aanbieden voor consumptie ter plaatse;
  6. bezoekers mogen op de markten geen voeding of dranken nuttigen;
  7. er wordt een organisatie of een systeem ingevoerd om te controleren hoeveel klanten er op de markt aanwezig zijn;
  8. er wordt een éénrichtingsverkeersplan opgesteld, met afzonderlijke toe- en uitgangen tot en van de markt, tenzij er in uitzonderlijke omstandigheden een gemotiveerde afwijking wordt toegestaan door de bevoegde lokale overheid, die een alternatieve oplossing bepaalt.

Er wordt individueel gewinkeld en gedurende een periode van maximum 30 minuten.

In afwijking van het tweede lid, mag een volwassene de minderjarigen van hetzelfde huishouden of personen die nood hebben aan begeleiding, vergezellen.

Onverminderd artikel 5 en onverminderd de opdrachten van de hulp- en interventiediensten, wordt de toegang tot de markten door de bevoegde lokale overheid op dusdanige wijze georganiseerd, zodat de regels van de social distancing kunnen worden gerespecteerd, in het bijzonder het behoud van een afstand van 1,5 meter tussen elke persoon, evenals de passende preventiemaatregelen die minstens gelijkwaardig zijn aan deze van de "Generieke gids betreffende de opening van de
handelszaken om de verspreiding van het COVID-19-virus tegen te gaan".

HOOFDSTUK 5. Verplaatsingen en samenscholingen

Artikel 14

Het is verboden om zich op de openbare weg en in de openbare ruimte te bevinden tussen 0.00 uur en 05.00 uur 's morgens, behalve in geval van essentiële, niet-uitstelbare verplaatsingen, zoals onder meer:

  • om toegang te hebben tot medische zorgen;
  • om bijstand en zorgen te voorzien voor oudere personen, voor minderjarigen, voor personen met een handicap en voor kwetsbare personen;
  • het uitvoeren van de professionele verplaatsingen, met inbegrip van het woon-werkverkeer.

Behalve in geval van een dringende medische reden, wordt de reden van aanwezigheid of verplaatsing op de openbare weg of in de openbare ruimte aangetoond op eerste vraag van de politiediensten.

Artikel 15§1

Behoudens andersluidende bepaling voorzien door dit besluit, zijn samenscholingen van meer dan vier personen, kinderen tot en met 12 jaar niet meegeteld, niet toegelaten.

Artikel 15§2

De leden van eenzelfde huishouden mogen zich samen verplaatsen.

Artikel 15§3

Een maximum van 15 personen, kinderen tot en met 12 jaar, de ambtenaar van de burgerlijke stand en de bedienaar van de eredienst niet meegeteld, mag tegelijkertijd aanwezig zijn bij de volgende activiteiten in de gebouwen die hiervoor bestemd zijn, onafhankelijk van het aantal ruimtes binnen een gebouw:

  1. de burgerlijke huwelijken;
  2. -
  3. de collectieve uitoefening van de eredienst en de collectieve uitoefening van de nietconfessionele morele dienstverlening en van activiteiten binnen een filosofischlevensbeschouwelijke vereniging;
  4. de individuele uitoefening van de eredienst en de individuele uitoefening van de nietconfessionele morele dienstverlening en van activiteiten binnen een filosofischlevensbeschouwelijke vereniging;
  5. het individueel of collectief bezoek aan een gebouw voor de eredienst of een gebouw voor niet-confessionele morele dienstverlening.

Een maximum van 50 personen, kinderen tot en met 12 jaar en de bedienaar van de eredienst niet meegeteld, mag tegelijkertijd aanwezig zijn bij
begrafenissen en crematies in afzonderlijke ruimtes van de gebouwen die hiervoor bestemd zijn en op een begraafplaats in het kader van een uitvaartceremonie. De begrafenissen en crematies vinden plaats zonder de mogelijkheid tot blootstelling van het lichaam.

Tijdens de activiteiten bedoeld in het eerste lid en tweede dienen de volgende minimale regels te worden nageleefd:

  1. de uitbater of organisator informeert de aanwezigen en personeelsleden tijdig en duidelijk zichtbaar over de geldende preventiemaatregelen en verstrekt de personeelsleden een passende opleiding;
  2. een afstand van 1,5 meter tussen elke persoon wordt gegarandeerd en één enkele persoon per 10 m² is toegelaten;
  3. het bedekken van de mond en neus met een mondmasker is verplicht en het dragen van andere persoonlijke beschermingsmiddelen wordt steeds sterk aanbevolen;
  4. de activiteit moet zo worden georganiseerd dat samenscholingen worden vermeden en dat de regels van social distancing kunnen worden gerespecteerd, in het bijzonder voor wat betreft personen die buiten de inrichting of de gebouwen wachten, desgevallend overeenkomstig de richtlijnen van de bevoegde overheid;
  5. de uitbater of organisator stelt middelen voor de noodzakelijke handhygiëne ter beschikking van het personeel en de aanwezigen;
  6. de uitbater of organisator neemt de gepaste hygiënemaatregelen om de inrichting en het gebruikte materiaal regelmatig te desinfecteren;
  7. de uitbater of organisator zorgt voor een goede verluchting.;
  8. fysieke aanrakingen tussen personen zijn verboden, behalve tussen de leden van eenzelfde huishouden;
  9. fysieke aanrakingen van voorwerpen door verschillende personen zijn verboden.

Artikel 15§4

-

Artikel 15§5

Een maximum van 10 personen tot en met 18 jaar, de begeleiders niet meegeteld, mag activiteiten in georganiseerd verband bijwonen, in het bijzonder door een club of vereniging, steeds in aanwezigheid van een meerderjarige trainer, begeleider of toezichter en met naleving van de regels voorzien in artikel 18.

Artikel 15§6

Professionele sportieve wedstrijden en professionele sporttrainingen kunnen enkel plaatsvinden zonder publiek.

Artikel 15§7

-

Artikel 15§8

Wanneer een wedstrijd wordt georganiseerd op de openbare weg, is de voorafgaande toelating van de bevoegde lokale overheid overeenkomstig artikel 16 vereist.

Artikel 15§9

Een maximum van 50 deelnemers mag statische betogingen bijwonen die plaatsvinden op de openbare weg, waar de social distancing kan worden gerespecteerd, en die voorafgaand werden toegelaten door de bevoegde gemeentelijke overheid overeenkomstig artikel 16.

Artikel 15 bis

Ieder huishouden mag per lid maximum één zelfde duurzaam onderhouden nauw contact per 6 weken per keer in huis of in een toeristisch logies ontvangen onverminderd artikel 23.

Een alleenstaande mag naast het duurzaam onderhouden nauw contact bedoeld in het eerste lid één bijkomende persoon in huis of in een toeristische logies ontvangen op een ander moment.

In afwijking van het eerste lid, kan één persoon tegelijk het huis of een toeristische logies occasioneel en kortstondig betreden. Deze persoon wordt niet beschouwd als een duurzaam onderhouden nauw contact.

Artikel 16

De bevoegde lokale overheid gebruikt de matrix bedoeld door de Nationale Veiligheidsraad tijdens diens vergadering van 24 juni 2020, die haar daartoe ter beschikking wordt gesteld, wanneer ze een toelatingsbeslissing neemt met betrekking tot de organisatie van de door artikel 15 toegelaten activiteiten.

Artikel 17

-

Artikel 18

Voor de activiteiten in georganiseerd verband, bedoeld in artikel 15§5, zijn de volgende regels van toepassing, onverminderd de toepasselijke protocollen:

  1. de activiteiten mogen worden georganiseerd voor één of meerdere groepen van het maximum aantal personen zoals bepaald in artikel 15§5;
  2. de personen die samenkomen in het kader van deze activiteiten moeten in eenzelfde groep blijven en mogen niet samen worden gezet met de personen van een andere groep;
  3. de activiteiten worden verplicht buiten of in een zwembad georganiseerd, met uitzondering van de activiteiten voor kinderen tot en met 12 jaar die in de mate van het mogelijke buiten worden georganiseerd;
  4. de activiteiten mogen enkel plaatsvinden zonder overnachting;
  5. de begeleiders en de deelnemers vanaf 13 jaar respecteren de regels van social distancing in de mate van het mogelijke, in het bijzonder het behoud van een afstand van 1,5 meter tussen elke persoon, en de begeleiders zijn verplicht om de mond en de neus te bedekken met een mondmasker of elk ander alternatief in stof;
  6. de activiteiten mogen enkel plaatsvinden zonder publiek, behalve voor wat betreft de niet-professionele sporttrainingen waarbij elke deelnemer vergezeld mag worden door maximum één lid van hetzelfde huishouden.

Artikel 18 bis

De bevoegde lokale overheid kan toestemming verlenen voor het laten plaatsvinden van kiesverrichtingen die een buitenlandse Natie voor diens stemgerechtigden wil organiseren in België in bepaalde inrichtingen.

HOOFDSTUK 6. Openbaar vervoer

Artikel 19

Het openbaar vervoer blijft behouden.

Eenieder, met uitzondering van kinderen tot en met 12 jaar, is verplicht om de mond en de neus te bedekken met een masker of elk ander alternatief in stof, vanaf het betreden van de luchthaven, het station, op het perron of een halte, in de bus, de (pre)metro, de tram, de trein of elk ander vervoersmiddel dat door een openbare overheid wordt georganiseerd. Wanneer het dragen van een masker of van een alternatief in stof niet mogelijk is omwille van medische redenen, mag een
gelaatsscherm worden gebruikt.

In afwijking van het tweede lid is het rijdend personeel van de openbare vervoersmaatschappijen niet verplicht om de mond en de neus te bedekken, voor zover enerzijds de bestuurder goed geïsoleerd is in een cabine en anderzijds een affiche en/of zelfklever aan de gebruikers de reden aangeeft waarom de bestuurder geen masker draagt.

Artikel 19bis

De Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen neemt de nodige maatregelen om samenscholingen te vermijden en een maximale naleving van de preventiemaatregelen te garanderen in het station, op het perron of een halte, de trein of elk ander vervoersmiddel dat door haar wordt georganiseerd, in samenwerking met de betrokken lokale overheid en de politie.

Van 3 tot en met 18 april 2021 en op 24 en 25 april 2021 moet in ieder geval de capaciteit beperkt worden in de treinen met een toeristische bestemming zoals bepaald door de minister van Mobiliteit, in overleg met de Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen en het Nationaal Crisiscentrum, zodat de preventiemaatregelen nageleefd worden, in principe door enkel de plaatsen naast het venster te bezetten, met uitzondering van de kinderen tot en met 12 jaar, die naast de begeleidende volwassenen mogen plaatsnemen. De Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen ziet erop toe dat deze beperking wordt gerespecteerd.

HOOFDSTUK 7. Onderwijs

Artikel 20

De instellingen van hoger onderwijs en het volwassenenonderwijs mogen hun lessen en activiteiten voortzetten overeenkomstig de richtlijnen van de Gemeenschappen en de bijkomende maatregelen voorzien door de federale regering. Enkel indien de configuratie van de infrastructuur het toelaat, kunnen de Gemeenschappen beslissen om het deeltijds kunstonderwijs te laten plaatsvinden eventueel met beperkingen in het kader van de veiligheid.

In het kader van het leerplichtonderwijs en het deeltijds kunstonderwijs worden de specifieke voorwaarden voor de organisatie van lessen en scholen door de Ministers van Onderwijs vastgesteld op basis van het advies van experten, rekening houdend met de gezondheidscontext en de mogelijke ontwikkelingen daarvan. Deze voorwaarden hebben onder meer betrekking op het aantal dagen aanwezigheid op school, de normen die moeten worden nageleefd met betrekking tot het dragen van een mondmasker of andere veiligheidsuitrustingen binnen de inrichtingen, het gebruik van infrastructuren, de aanwezigheid van derden en de extramurale activiteiten. Indien er op lokaal niveau bijzondere maatregelen worden genomen, stellen de Ministers van Onderwijs een procedure vast, waarbij het advies van de experten wordt gevraagd en waarbij de bevoegde gemeentelijke overheid en de desbetreffende actoren worden betrokken.

Ook buiten de lesuren kunnen scholen of derden initiatieven nemen ter bestrijding van de leerachterstand of schooluitval volgens de protocollen die worden opgesteld door de bevoegde ministers van de Gemeenschappen.

HOOFDSTUK 8. Grenzen

Artikel 21§1

TOT 19 APRIL

Niet-essentiële reizen naar het buitenland zijn verboden voor personen die hun hoofdverblijfplaats hebben in België. Niet-essentiële reizen naar België zijn verboden voor personen die hun hoofdverblijfplaats hebben in het buitenland.

De reizen zoals bepaald in bijlage 2 van dit besluit worden beschouwd als essentieel.

Voor de overeenkomstig het tweede lid toegelaten reizen, is de reiziger ertoe gehouden de digitale of papieren verklaring op eer, waarvan het modelformulier is bekendgemaakt op de website “infocoronavirus.be” van de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu, voorafgaand aan de reis, in te vullen, te ondertekenen en bij zich te dragen gedurende de integrale reis.

Indien gebruik wordt gemaakt van een vervoerder, is deze ertoe gehouden te controleren dat de reizigers bedoeld in het derde lid, voorafgaand aan de boarding, een verklaring op eer hebben ingevuld. Bij gebrek aan deze verklaring, is de vervoerder ertoe gehouden het boarden te weigeren. De vervoerder controleert bij aankomst op Belgisch grondgebied opnieuw dat de verklaring op eer werd ingevuld.

In afwijking van het derde lid, is een verklaring op eer niet vereist voor de transportwerkers of vervoeraanbieders, met inbegrip van vrachtwagenchauffeurs die goederen voor gebruik op het grondgebied vervoeren, en zij die alleen maar op doorreis zijn, voor zover zij in het bezit zijn van transportdocumenten die aangeven dat zij in het kader van hun functie reizen.

Bij gebrek aan deze verklaring op eer of bij valse, misleidende of onvolledige informatie in deze verklaring, en indien het essentieel karakter van de reis evenmin blijkt uit de transportdocumenten in het bezit van de werknemers of dienstverleners bedoeld in het vorige lid, kan in voorkomend geval de binnenkomst geweigerd worden overeenkomstig artikel 14 van de Schengengrenscode of artikel 43 van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen.

VANAF 19 APRIL

Niet-essentiële reizen naar België zijn verboden voor personen die niet beschikken over de nationaliteit van een land van de Europese Unie of van de Schengenzone, en die hun hoofdverblijfplaats hebben in een derde land dat niet is opgenomen in bijlage I bij de Aanbeveling (EU) 2020/912 van de Raad van 30 juni 2020 over de tijdelijke beperking van niet-essentiële reizen naar de EU en de mogelijke opheffing van die beperking.

Reizen zoals bedoeld in bijlage 3 van dit besluit worden beschouwd als essentieel en zijn dus toegelaten.

Voor de overeenkomstig het tweede lid toegelaten reizen is de reiziger ertoe gehouden in het bezit te zijn van een attest van essentiële reis. Dit attest wordt uitgereikt door de Belgische diplomatieke of consulaire post indien wordt aangetoond dat de reis essentieel is.

Indien gebruik wordt gemaakt van een vervoerder, is deze ertoe gehouden te controleren dat de reizigers bedoeld in het derde lid, voorafgaand aan de boarding, in het bezit zijn van dit attest. Bij gebrek aan dit attest, is de vervoerder ertoe gehouden het boarden te weigeren. De vervoerder controleert bij aankomst op Belgisch grondgebied opnieuw dat de reiziger in het bezit is van dit attest.

In afwijking van het derde lid, is een attest niet vereist indien het essentieel karakter van de reis blijkt uit de officiële documenten in het bezit van de reiziger.

Bij gebrek aan dit attest van essentiële reis of bij valse, misleidende of onvolledige informatie in dit attest, en indien het essentieel karakter van de reis evenmin blijkt uit de officiële documenten in het bezit van de reiziger, kan in voorkomend geval de binnenkomst geweigerd worden overeenkomstig artikel 14 van de Schengengrenscode of artikel 43 van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen.

Voor de toepassing van dit besluit worden Andorra, Monaco, San Marino en Vaticaanstad beschouwd als landen van de Europese Unie.

Artikel 21§2

TOT 19 APRIL

In afwijking van de eerste paragraaf, worden de reizen zoals bepaald in bijlage 3 van dit besluit als essentieel beschouwd voor de reizigers die vanuit een derde land naar België reizen, voor zover ze niet beschikken over de nationaliteit van een land van de Europese Unie of van de Schengenzone, en ze hun hoofdverblijfplaats hebben in een derde land dat niet is opgenomen in bijlage I bij de Aanbeveling (EU) 2020/912 van de Raad van 30 juni 2020 over de tijdelijke beperking van niet-essentiële reizen naar de EU en de mogelijke opheffing van die beperking.

Voor de overeenkomstig het eerste lid toegelaten reizen is de reiziger ertoe gehouden in het bezit te zijn van een attest van essentiële reis. Dit attest wordt uitgereikt door de Belgische diplomatieke of consulaire post indien wordt aangetoond dat de reis essentieel is.

Indien gebruik wordt gemaakt van een vervoerder, is deze ertoe gehouden te controleren dat de reizigers bedoeld in het tweede lid, voorafgaand aan de boarding, in het bezit zijn van dit attest. Bij gebrek aan dit attest, is de vervoerder ertoe gehouden het boarden te weigeren. De vervoerder controleert bij aankomst op Belgisch grondgebied opnieuw dat de reiziger in het bezit is van dit attest.

In afwijking van het tweede lid, is een attest niet vereist indien het essentieel karakter van de reis blijkt uit de officiële documenten in het bezit van de reiziger.

Bij gebrek aan dit attest van essentiële reis of bij valse, misleidende of onvolledige informatie in dit attest, en indien het essentieel karakter van de reis evenmin blijkt uit de officiële documenten in het bezit van de reiziger, kan in voorkomend geval de binnenkomst geweigerd worden overeenkomstig artikel 14 van de Schengengrenscode of artikel 43 van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen.

Voor de toepassing van dit besluit worden Andorra, Monaco, San Marino en Vaticaanstad beschouwd als landen van de Europese Unie.

VANAF 19 APRIL

-

Artikel 21§3

Voor de overeenkomstig de paragrafen 1 en 2 toegelaten (onderstreepte tekst schrappen vanaf 19 april) reizen naar België vanuit een land dat geen deel uitmaakt van de Schengenzone is de reiziger er toe gehouden om voorafgaand aan de reis het elektronische Passagier Lokalisatie Formulier, bekendgemaakt op de websites van de Federale Overheidsdienst Buitenlandse Zaken en van de Dienst Vreemdelingenzaken, in te vullen en voor te leggen aan de vervoerder voor boarding.

Indien het niet mogelijk is voor de reiziger om gebruik te maken van het elektronische Passagier Lokalisatie Formulier, is hij ertoe gehouden het papieren Passagier Lokalisatie Formulier bekendgemaakt op de websites van de Federale Overheidsdienst Buitenlandse Zaken en van de Dienst Vreemdelingenzaken in te vullen en te ondertekenen.

De vervoerder is ertoe gehouden te controleren dat alle passagiers, voorafgaand aan de boarding, een Passagier Lokalisatie Formulier hebben ingevuld. Bij gebrek aan dit formulier is de vervoerder ertoe gehouden het boarden te weigeren. De vervoerder controleert bij aankomst op Belgisch grondgebied opnieuw dat het Passagier Lokalisatie Formulier werd ingevuld.

Bij gebrek aan deze verklaring of bij valse, misleidende of onvolledige informatie in deze verklaring kan in voorkomend geval de binnenkomst geweigerd worden overeenkomstig artikel 14 van de Schengengrenscode of artikel 43 van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen.

Artikel 21§4

In geval van een reis naar België vanuit een gebied in de Schengenzone is de reiziger ertoe gehouden om voorafgaand aan de reis het elektronische Passagier Lokalisatie Formulier, bekendgemaakt op de websites van de Federale Overheidsdienst Buitenlandse Zaken en van de Dienst Vreemdelingenzaken, in te vullen en voor te leggen aan de vervoerder voor boarding.

Indien het niet mogelijk is voor de reiziger om gebruik te maken van het elektronische Passagier Lokalisatie Formulier, is hij ertoe gehouden het papieren Passagier Lokalisatie Formulier bekendgemaakt op de websites van de Federale Overheidsdienst Buitenlandse Zaken en van de Dienst Vreemdelingenzaken in te vullen, te ondertekenen en te bezorgen aan de vervoerder. De
vervoerder is ertoe gehouden deze verklaring onverwijld te bezorgen aan Saniport.

De vervoerder is ertoe gehouden te controleren dat alle passagiers, voorafgaand aan de boarding, een Passagier Lokalisatie Formulier hebben ingevuld. Bij gebrek van dit formulier is de vervoerder ertoe gehouden het boarden te weigeren. De vervoerder controleert bij aankomst op Belgisch grondgebied opnieuw dat het Passagier Lokalisatie Formulier werd ingevuld.

Artikel 21§5

In geval van een reis bedoeld in de paragrafen 3 en 4 waarbij geen gebruik wordt gemaakt van een vervoerder, is de reiziger, van wie het verblijf in België meer dan 48 uur duurt, en het voorafgaand verblijf buiten België meer dan 48 uur duurde, er persoonlijk toe gehouden om, voorafgaand aan de reis, het elektronische Passagier Lokalisatie Formulier, bekendgemaakt op de websites van de Federale Overheidsdienst Buitenlandse Zaken en van de Dienst Vreemdelingenzaken, in te vullen en
te ondertekenen.

Indien het niet mogelijk is voor de reiziger om gebruik te maken van het elektronische Passagier Lokalisatie Formulier, is hij ertoe gehouden om, voorafgaand aan de reis, het papieren Passagier Lokalisatie Formulier bekendgemaakt op de websites van de Federale Overheidsdienst Buitenlandse Zaken en van de Dienst Vreemdelingenzaken in te vullen, te ondertekenen en te bezorgen aan Saniport.

Artikel 21§5bis

In aanvulling op de paragrafen 3, 4 en 5 is de reiziger ertoe gehouden om het bewijs van indiening van het overeenkomstig de paragrafen 3, 4 en 5 ingevulde Passagier Lokalisatie Formulier bij zich te dragen gedurende de integrale reis naar de eindbestemming in België en de daaropvolgende 48 uur. 

Indien het onmogelijk is dergelijk bewijs te bekomen, draagt de reiziger een kopie bij zich van het overeenkomstig de paragrafen 3, 4 en 5 ingevulde Passagier Lokalisatie Formulier gedurende de integrale reis naar de eindbestemming in België en de daaropvolgende 48 uur.

Artikel 21§6

De persoonsgegevens ingezameld via het Passagier Lokalisatie Formulier in uitvoering van paragrafen 3, 4 en 5 kunnen worden opgeslagen in de Gegevensbank I bedoeld in artikel 1, § 1, 6° van het samenwerkingsakkoord van 25 augustus 2020 tussen de Federale Staat, de Vlaamse Gemeenschap, het Waalse Gewest, de Duitstalige Gemeenschap en de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie, betreffende de gezamenlijke gegevensverwerking door Sciensano en de door de bevoegde gefedereerde entiteiten of door de bevoegde agentschappen aangeduide contactcentra, gezondheidsinspecties en mobiele teams in het kader van een contactonderzoek bij personen die (vermoedelijk) met het coronavirus COVID-19 besmet zijn op basis van een gegevensbank bij Sciensano, en worden verwerkt en uitgewisseld voor de verwerkingsdoeleinden bepaald in artikel 3 van dat samenwerkingsakkoord.

Artikel 21§7

In geval van een reis bedoeld in de paragrafen 3, 4 en 5 dient eenieder, vanaf de leeftijd van 6 jaar, die op het Belgisch grondgebied toekomt vanuit een grondgebied dat op website “infocoronavirus.be” van de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu in het kader van de COVID-19 crisis als rode zone is aangemerkt, en die geen hoofdverblijfplaats heeft in België, te beschikken over een negatief testresultaat van een test die ten vroegste 72 uur voor het vertrek naar Belgisch grondgebied werd afgenomen. Desgevallend is de vervoerder ertoe gehouden te controleren dat deze personen, voorafgaand aan het instappen, een negatief testresultaat voorleggen. Bij gebrek aan een negatief testresultaat is de vervoerder ertoe gehouden het instappen te weigeren.

Artikel 21§8

De verplichtingen voorzien in de paragrafen 5 en 7 zijn niet van toepassing op de reizen van de volgende categorieën van personen:

  1. voor zover zij in het kader van hun functie naar België reizen:
    • de transportwerkers of vervoeraanbieders, met inbegrip van vrachtwagenchauffeurs die goederen voor gebruik op het grondgebied vervoeren en zij die alleen maar op doorreis zijn;
    • de zeevarendenden, de sleepbootbemanning, de loodsen en het industrieel personeel tewerkgesteld in de offshore
      windmolenparken;
    • de “Border Force Officers” van het Verenigd-Koninkrijk;
    • de grensarbeiders;
  2. de grensscholieren die naar België reizen in het kader van het leerplichtonderwijs;
  3. de personen die naar België reizen in het kader van grensoverschrijdend co-ouderschap.

Artikel 22

In het kader van de strijd tegen het coronavirus COVID-19, kan de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid, in de hoedanigheid van verwerker ten behoeve van alle diensten en instellingen die belast zijn met de strijd tegen de verspreiding van het coronavirus COVID-19, alsook van alle diensten en instellingen belast met het toezicht op de naleving van de verplichtingen opgelegd in het raam van de dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken, gezondheidsgegevens inzake het coronavirus COVID-19, contact-, identificatie-, tewerkstellings- en verblijfsgegevens met betrekking tot werknemers en zelfstandigen, verzamelen, samenvoegen en verwerken, met inbegrip van datamining en datamatching, met het oog op het ondersteunen van het opsporen en onderzoeken van clusters en collectiviteiten.

De persoonsgegevens die voortkomen uit de verwerkingen bedoeld in het eerste lid worden bewaard met respect voor de bescherming van persoonsgegevens en niet langer dan noodzakelijk voor de doeleinden waarvoor zij worden verwerkt en worden vernietigd uiterlijk op de dag van inwerkingtreding van het ministerieel besluit dat het einde van de federale fase betreffende de coördinatie en het beheer van de crisis coronavirus COVID-19 aankondigt.

HOOFDSTUK 9. Individuele verantwoordelijkheden

Artikel 23§1

Onverminderd andersluidende bepaling voorzien door een protocol of door dit besluit, neemt eenieder de nodige maatregelen om de naleving van de regels van social distancing te garanderen, in het bijzonder het behoud van een afstand van 1,5 meter tussen elke persoon.

Artikel 23§2

De regels van social distancing zijn niet van toepassing:

  • op personen die onder hetzelfde dak wonen onderling;
  • op kinderen onderling tot en met de leeftijd van 12 jaar;
  • op personen onderling die elkaar ontmoeten in het kader van een duurzaam onderhouden nauw contact;
  • tussen begeleiders enerzijds en personen die nood hebben aan begeleiding anderzijds.

Artikel 23§3

In afwijking van de eerste paragraaf moeten de gebruikers van het openbaar vervoer de onderlinge afstand van 1,5m respecteren in de mate van het mogelijke.

Artikel 24

Het dragen van een mondmasker of elk ander alternatief in stof om de mond en neus te bedekken, is toegestaan voor gezondheidsdoeleinden in voor het publiek toegankelijke plaatsen.

Artikel 25

Eenieder, met uitzondering van kinderen tot en met 12 jaar, is verplicht om de mond en de neus te bedekken met een mondmasker of elk ander alternatief in stof wanneer het onmogelijk is om de naleving van de regels van social distancing te garanderen, met uitzondering van de gevallen bedoeld in artikel 23§2.

Eenieder, met uitzondering van kinderen tot en met 12 jaar, is in elk geval verplicht om de mond en de neus te bedekken met een mondmasker of elk ander alternatief in stof op de volgende plaatsen:

  1. de winkels en de winkelcentra;
  2. de conferentiezalen;
  3. de auditoria;
  4. de gebouwen der eredienst en de gebouwen bestemd voor de openbare uitoefening van de niet-confessionele morele dienstverlening;
  5. de bibliotheken, de spelotheken en mediatheken;
  6. de winkelstraten, de markten, en elke private of publieke druk bezochte plaats, bepaald door de bevoegde lokale overheid en afgebakend met een aanplakking die de tijdstippen preciseert waarop de verplichting van toepassing is;
  7. de inrichtingen en plaatsen waar horeca-activiteiten toegelaten zijn, zowel de klanten als het personeel, tenzij gedurende het eten, drinken, of aan tafel zitten.
  8. bij verplaatsingen in de publieke en niet-publieke delen van de gerechtsgebouwen, alsook in de zittingszalen bij elke verplaatsing en, in de andere gevallen, overeenkomstig de richtlijnen van de kamervoorzitter;
  9. de  plaats bedoeld in artikel 15bis, derde lid.

Wanneer het dragen van een mondmasker of elk alternatief in stof niet mogelijk is omwille van medische redenen, mag een gelaatsscherm worden gebruikt.

De personen die in de onmogelijkheid zijn een mondmasker, een alternatief in stof of een gelaatsscherm te dragen omwille van een beperking, gestaafd door middel van een medisch attest, moeten niet voldoen aan de bepalingen van dit besluit die deze verplichting voorzien.

HOOFDSTUK 10. Sancties

Artikel 26

Inbreuken op de bepalingen van de volgende artikelen worden beteugeld met de straffen bepaald door artikel 187 van de wet van 15 mei 2007 betreffende de civiele veiligheid:

  • artikelen 5 tot en met 11, met uitzondering van de bepalingen die betrekking hebben op de relatie tussen de werkgever en de werknemer;
  • artikel 13, met uitzondering van de bepalingen die betrekking hebben op de relatie tussen de werkgever en de werknemer, en op de verplichtingen van de bevoegde gemeentelijke overheid;
  • artikelen 14, 15, 15 bis, 19, 21 en 25

HOOFDSTUK 11. Slot- en opheffingsbepalingen

Artikel 27§1

De lokale overheden en de overheden van bestuurlijke politie zijn belast met de uitvoering van dit besluit.

De bevoegde lokale overheden kunnen, in overleg met de bevoegde overheden van de gefedereerde entiteiten, aanvullende preventieve maatregelen nemen ten opzichte van deze voorzien in dit besluit. De burgemeester overlegt hieromtrent met de gouverneur.

Wanneer de burgemeester of de gouverneur door het gezondheidsorganisme van de betrokken gefedereerde entiteit wordt ingelicht over een plaatselijke toename van de epidemie op diens grondgebied, of wanneer hij dit vaststelt, moet de burgemeester of de gouverneur bijkomende maatregelen nemen vereist door de situatie. De burgemeester informeert de gouverneur en de bevoegde overheden van de gefedereerde entiteiten onmiddellijk over de aanvullende maatregelen, genomen op gemeentelijk niveau. Indien de beoogde maatregelen evenwel een impact hebben op de federale middelen of een impact hebben op naburige gemeenten of op nationaal niveau, is een overleg vereist overeenkomstig het koninklijk besluit van 22 mei 2019 betreffende de noodplanning en het beheer van noodsituaties op het gemeentelijk en provinciaal niveau en betreffende de rol van de burgemeesters en de provinciegouverneurs in geval van crisisgebeurtenissen en -situaties die een coördinatie of een beheer op nationaal niveau vereisen.

De burgemeester is verantwoordelijk voor de organisatie van de mondelinge en visuele communicatie van de specifieke maatregelen genomen op het grondgebied van zijn gemeente.

De minister van Binnenlandse Zaken geeft de instructies over de coördinatie.

Artikel 27§2

De politiediensten hebben als opdracht toe te zien op de naleving van dit besluit, zo nodig door het uitoefenen van dwang en geweld, overeenkomstig de bepalingen van artikel 37 van de wet op het politieambt.

Artikel 27§3

Naast de politiediensten vermeld in paragraaf 2 van dit artikel, hebben de statutaire en contractuele inspecteurs en controleurs van de dienst Inspectie van het Directoraat-generaal Dier, Plant en Voeding van de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu als opdracht toe te zien op de naleving van de verplichtingen vermeld in de artikelen 5 tot en met 11 van dit besluit, en dit overeenkomstig de artikelen 11, 11bis, 16 en 19 van wet van 24 januari 1977 betreffende de bescherming van de gezondheid van de gebruikers op het stuk van de voedingsmiddelen en andere produkten.

Artikel 27§4

Naast de politiediensten bedoeld in paragraaf 2, hebben de ambtenaren van de Algemene Directie Economische Inspectie van de Federale Overheidsdienst Economie, K.M.O., Middenstand en Energie als opdracht toe te zien op de naleving van de artikelen 7bis, § 1 en 8, §§ 2, 3 en 4.

Dit toezicht, met inbegrip van de opsporing en vaststelling van de inbreuken op de artikelen 7bis, § 1 en 8, §§ 2, 3 en 4 bedoeld in artikel 26, gebeurt overeenkomstig de bepalingen van boek XV, titel 1, hoofdstuk 1, van het Wetboek van economisch recht, waarbij toepassing kan worden gemaakt van de procedures bedoeld in de artikelen XV.31 en XV.61 van hetzelfde Wetboek.

Indien toepassing wordt gemaakt van de procedure bedoeld in artikel XV.61 van hetzelfde Wetboek, zijn het koninklijk besluit van 10 april 2014 betreffende de transactie bij inbreuken op de bepalingen van het Wetboek van economisch recht en zijn uitvoeringsbesluiten van toepassing.

Artikel 28

De maatregelen voorzien in dit besluit zijn van toepassing tot en met 25 april 2021.

Artikel 29

Bepalingen van een protocol of gids die minder strikt zijn dan de regels van dit besluit worden buiten toepassing gelaten, onverminderd de toepassing van artikel 23, § 1.

Artikel 30

Het ministerieel besluit van 18 oktober 2020 houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken, wordt opgeheven, met uitzondering van artikel 32.

Tot hun eventuele wijziging moeten de verwijzingen naar het ministerieel besluit van 18 oktober 2020 houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID–19 te beperken, begrepen worden als verwijzingen naar dit besluit.”

Artikel 31

Dit besluit treedt in werking op 2 november 2020, behalve andersluidende bepaling. De aanpassingen treden in werking op 27 maart 2021, met uitzonderingen de wijzigingen aan artikel 21 en bijlage 2 die in werking treden op 19 april 2021.


----

Bijlage 1.

Handelszaken, private en publieke bedrijven en diensten die noodzakelijk zijn voor de bescherming van de vitale belangen van de Natie en de behoeften van de bevolking

----

Bijlage 2.

TOT 19 APRIL

Lijst van essentiële reizen toepasselijk op personen met de nationaliteit van of de hoofdverblijfplaats in een land van de EU of de Schengenzone, alsook voor de personen die hun hoofdverblijfplaats hebben in een derde land opgenomen in bijlage I van de Aanbeveling (EU) 2020/912 van de Raad van 30 juni 2020 over de tijdelijke beperking van niet-essentiële reizen naar de EU en de mogelijke opheffing van die beperking.

VANAF 19 APRIL

-

----

Bijlage 3.

Lijst van essentiële reizen vanuit een derde land naar België toepasselijk op reizigers die niet beschikken over de nationaliteit van een land van de Europese Unie of van de Schengenzone, en die hun hoofdverblijfplaats hebben in een derde land dat niet is opgenomen in bijlage I bij de Aanbeveling (EU) 2020/912 van de Raad van 30 juni 2020 over de tijdelijke beperking van niet-essentiële reizen naar de EU en de mogelijke opheffing van die beperking

Infolijn corona

Federale overheid
0800 14 689

Contact

Onthaal gemeentehuis
Gemeentehuis benedenverdieping
Boerenkrijglaan 61
2260 Westerlo
België
014 54 75 75
08:30 - 12:15
13:30 - 16:30
18:15 - 20:30
08:30 - 12:15
13:30 - 16:30
08:30 - 12:15
13:30 - 16:30
08:30 - 12:15
13:30 - 16:30
08:30 - 12:15
Gesloten
Gesloten